Unieke vondst, Kogge

Zo berichte de Stentor op 1 juli 2011 , op deze pagina treft u de artikelen aan die nadien verschenen in de Stentor en de “huis aan huis” bladen.


Vrijdag 1 juli 2011, de Stentor ©2011 Wegener Nieuwsmedia

Unieke vondst kogge in IJssel

KAMPEN/UTRECHT - In de IJssel bij Kampen is een omvangrijk houten scheepswrak ontdekt. Op basis van de constructie en aardewerk­vondsten gaat het mogelijk om een veertiende eeuwse kogge. Na­der onderzoek moet uitwijzen of dat klopt. Is het een kogge dan gaat het om een unieke vondst van archeologisch grote waarde. De kogge bracht Kampen en ande­re Hanzesteden welvaart.



© de Stentor/Arte Westerbaan - Foto Kogge: Freddy Schinkel


Kogge Ijssel

Nog veel vragen

Veel vragen moeten de komende tijd beantwoord worden over het scheepswrak in de IJssel. Dat gaat lange tijd duren, want voor nader onderzoek moeten er weer dui­kers naar de IJsselbodem en dat kan niet hele hele jaar lang, vanwe­ge stroming en helderheid van het water.
Rijkswaterstaat hoopt nog dit jaar te beginnen met vervolgonder­zoek, zodat in de eerste helft van 2012 duidelijk is of het een kogge is, in welke staat het schip verkeert en wat er mee moet gebeuren. „Het kan ook best zijn dat de slot­som is, dat we het schip afdekken en laten liggen waar het ligt. Het wrak ligt daar al honderden jaren veilig."
Tot die keuze is gemaakt, doet Rijkswaterstaat er alles aan de loca­tie van het wrak geheim te hou­den om 'schatgravers' de wind uit de zeilen te nemen. De redactie van deze krant kent de exacte loca­tie, maar heeft om dezelfde reden beloofd die niet prijs te geven. Ben- no van Tilburg is verbaasd over de vindplek. „Waarom daar? En waar­om nooit eerder getraceerd?"


Eikenhouten mammoettanker

De kogge was het schip van de Mid­deleeuwen in West-Europa. Het is de eikenhouten mammoettanker van die tijd.
De kogge is tussen 1200 en 1400 ge­bouwd en bracht Kampen en ande­re Hanzesteden voorspoed en wel­vaart.
De IJsel ontwikkelde zich in de der­tiende eeuw als hoofdader tussen het Rijnland en de Noordzee en het Oostzeegebied. Kampen had een lucratieve positie op de grens van rivier- en zeevaart. In het kielzog van Kampen profi­teerden diverse andere plaatsen in de regio volop van het internationa­le handelsverkeer dat op gang kwam. Dat waren vooral Deventer, Zutphen, Zwolle, Doesburg, Stave­ren, Harderwijk en Elburg. De kogge was een groot en stevig schip met goede zeileigenschappen en - niet minder belangrijk - een voor die tijd enorm laadvermogen van zo'n honderd ton. De kogge was zeer geschikt voor massatrans­port van hout, vis en graan. De kogge voer niet alleen op Dene­marken, Noorwegen, Zweden en Rusland, maar ook naar België, Frankrijk en Engeland.


Kogge Ijssel
FOTO © Remy Steller


Vrijdag 1 juli 2011, de Stentor ©2011 Wegener Nieuwsmedia

Side scan sonar ontdekt wrakken op bodem IJssel

Koggeschepen waren de eerste kustvaarders in de geschiedenis, waarmee verre tochten naar voor­al de Oostzee, maar ook Engeland, Frankrijk en Duitsland werden ge­maakt. Er zijn tot dusver weinig koggeschepen teruggevonden. Op basis van een vondst van een wrak in de Flevopolder is tussen 1994 en 1998 in Kampen een replica ge­maakt, dat nu met trots door vrij­willigers op vele plekken in Euro­pa wordt getoond. Het wrak dat een kogge lijkt - twintig bij acht meter groot - is gevonden tijdens een verkenning van de bodem met side scan sonar. Een side scan sonar is een apparaat dat via signa­len een beeld van de bodem laat zien. Afwijkende structuren kun­nen duiden op objecten die in of op de bodem liggen. De opmerke­lijkste twintig locaties zijn in april en mei nader onderzocht door dui­kers. Dat leidde tot de vondst van boomstammen, wrakken van au­to's en fietsen maar ook van sche­pen met als klap op de vuurpijl een wrak van 21 bij 8 meter, dat deels onder het zand ligt. Volgens een woordvoerder van Rijkswater­staat ligt het schip nu veilig op de bodem van de IJssel. „Daar kan er niets mee gebeuren. Het is in het belang van deze mogelijk unieke archeologische vondst om de loca­tie niet bekend te maken tot er on­derzoek is geweest naar de staat van het schip en de conserverings- mogelijkheden."

Kogge Ijssel
Dinsdag 5 juli 2011, Brugmedia ©2011

Koggeachtig schip gevonden in IJssel


KAMPEN - De allerbeste vondst die hij in twaalf jaar als archeoloog heeft gedaan. Zo omschrijft Wouter Waldus van ADC ArcheoProjecten uit Amersfoort het omvangrijke scheepswrak van 20 x 8 meter, dat op de bodem van de Beneden-IJssel bij Kampen door duikers tijdens een archeologisch onderzoek is aangetroffen. Waarschijnlijk gaat het, op basis van de constructie, om een nog goed in tact gebleven wrak van een veertiende- of vijftiende eeuwse Kogge. Maar volgens Bert Vlach van Rijkswaterstaat moet er nader onderzoek komen om dit met honderd zekerheid te kunnen bevestigen.

"Bijzonder is dat dit koggeachtige schip is gevonden op een plek die het verhaal van de Hanzetijd vertelt. Het komt niet vaak voor dat een vondst in
zijn eigen context wordt gevonden," weet Waldus, die deze ontdekking als 'zeer beeldend' omschrijft. Een Kogge is een middeleeuws scheepstype dat veel gebruikt werd in de tijd van de Hanzesteden. Nader onderzoek moet uitwijzen hoe oud het schip precies is en of het om een vondst van hoge archeologische waarde gaat. Rijkswaterstaat kijkt nu of en wanneer vervolgonderzoek uitgevoerd wordt.
Waldus praat over een grote handelskogge die goed bewaard gebleven is. "De datering is nog niet bekend, maar het zal tussen de twaalfde en vijftiende eeuw geweest zijn." Dat het schip redelijk in tact is en in zijn eigen omgeving gevonden is, is volgens de archeoloog al bijzonder. "Maar het zal nog unieker worden, als bij een vervolgonderzoek ook de belading van het schip ontdekt wordt, zoals bijvoorbeeld wapens en eet- en drinkgerei. Stel dat dat gebeurt, dan komt er een schat aan informatie vrij." Natuurlijk hoopt hij dat er snel een vervolgonderzoek komt. "Maar er moet wel geld voor zijn, het heeft ook financiële consequenties. Conserveren is erg kostbaar en daar is ook ruimte voor nodig." De vondst
is gedaan dankzij onderzoek dat Rijkswaterstaat heeft laten uitvoeren voor het project Zomerbedverlaging Bene- den-IJssel. Duikers hebben de bodem van de IJssel op twintig locaties nader onderzocht met een side scan sonar om objecten op de waterbodem op te sporen. Deze locaties zijn op basis van eerder onderzoek aangemerkt als plaatsen waar zich mogelijk archeologische resten in of op de bodem bevinden.
Op welke wijze en of het onderzoek wordt voortgezet, hangt volgens Jo- elle Daalder van de programmadirectie Ruimte voor de Rivier ook af van de besluitvorming met betrekking tot de zomerbedverlaging. "We zitten nu middenin dit proces en pas na de zomer wordt hier meer over bekend." Als dat project doorgaat, wordt het onderzoek hierin gewoon meegenomen en gefinancierd met het geld uit het project zomerbedverlaging. Als het schip een archeologische waarde heeft, ligt het volgens Daalder in ieder geval veilig in de bodem waar er niets mee kan gebeuren. Waar het precies ligt, wil ze niet zeggen om mogelijk bezoek van hobbyduikers tegen te gaan, die schade kunnen aanrichten.

Overige vondsten

In totaal zijn er twee historische scheepswrakken gevonden tijdens het archeologisch onderzoek. Bovengenoemde mogelijke Kogge en waarschijnlijk een negentiende-eeuwse kleine werkboot, die geen hoge archeologische waarde heeft. Beide scheepswrakken zijn bedekt met rivierzand en/of stortstenen. Daarnaast zijn de volgende objecten gevonden: natuurlijke materialen, zoals boomstammen of geïsoleerde stukken veen, clusters van stortstenen en een aantal recente scheepswrakken zonder archeologische waarden.

Bescherming van archeologisch erfgoed

Rijkswaterstaat houdt bij een project rekening met archeologische waarden. Daarom wordt in een zo vroeg mogelijk stadium van een project archeologisch onderzoek gedaan in samenwerking met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). In het kader van het Verdrag van Malta hebben Rijkswaterstaat en RCE een samenwerkingsovereenkomst over de bescherming van archeologisch erfgoed.


Donderdag 7 juli 2011, de Stentor ©2011 Wegener Nieuwsmedia

Naast kogge nóg oud schip in IJsselbodem

door Cerald Meijer
geraldmeijer@destentor.nl

ZWOLLE/KAMPEN - Rijkswaterstaat heeft naast een - mogelijke - histo­rische kogge nóg een historisch scheepswrak gevonden in de bo­dem van de IJssel tussen Zwolle en Kampen.
De Stentor berichtte vorige week over de vondst van de 14e- of 15e-eeuwse kogge. Die biedt moge­lijk een schat aan historische waar­de.
Rijkswaterstaat kijkt 'of en wanneer vervolgonderzoek wordt uitgevoerd', meldt de dienst. Rijkswaterstaat wil het zomerbed van de rivier verlagen. In gewoon
Nederlands: een flink stuk uitbag­geren. Daardoor moet de rivier de ruimte krijgen.
Rijkswaterstaat heeft op twintig lo­caties tussen Zwolle en Kampen extra onderzoek laten uitvoeren. Daarbij kwam ook een negentien- de-eeuws schip aan het licht. Het gaat vermoedelijk om een kleine werkboot, zegt Rijkswaterstaat. De schuit heeft 'geen hoge archeolo­gisch waarde'.
Beide vondsten liggen veilig in de bodem van de IJssel en zijn bedekt met zand of stortstenen, zegt Rijks­waterstaat.
De kogge is het uithangbord van de roemruchte Hanzetijd.

Zaterdag 2 juli 2011, de Stentor ©2011 Wegener Nieuwsmedia

WRAK 'Een compleet wrak met voorwerpen biedt ons veel extra kennis over schip en tijd'

Ontdekking kogge slaat in als bom.

• Eerste gegevens duiden op gaaf exemplaar middeleeuwse kogge op bodem Ijssel.
• Wetenschappers verrukt over ontdekking.
• Meer onderzoek naar wrak.
door Anne Boer
anneboer@destentor.nl

KAMPEN - Een wereldontdekking, niets meer en niet minder. In we­tenschappelijke kring is met verrukking gereageerd op de ontdekking van een vrijwel zeker puntgave kog­ge op de bodem van de IJssel bij Kampen, zoals deze krant gisteren onthulde. Als het kolossale wrak in­derdaad een fameuze kogge blijkt te zijn, is dat van enorme betekenis voor de kennis over de kogge, zeg­gen deskundigen.
Hans Brouwer van Rijkswaterstaat (programmadirectie Ruimte voor de Rivier) steekt zijn enthousiasme niet onder stoelen of banken. „Dit is echt heel bijzonder. We weten het nog niet helemaal zeker, maar de aparte vorm, het formaat en de aanwezigheid van stukken aarde­werk wijzen er wel op dat we hier met een kogge te maken kunnen hebben. En dan waarschijnlijk ook nog met een redelijk gaaf exem­plaar."
Volgens Benno van Tilburg, de di­recteur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Lelystad, is dat laatste uniek. „Daarom is dit zo razend interessant. We vinden wel eens wrakken en ook wel van een kogge, maar vaak zijn ze geruï­neerd. Een compleet schip met voorwerpen biedt ons veel extra kennis over het schip en die tijd", aldus Van Tilburg. Zijn dienst is be­last met de zorg voor het nationaal maritiem archeologische erfgoed en het landelijk aanspreekpunt be­treffende scheepsarcheologische vondsten.
Het wrak van 20 bij 8 meter ligt op z'n zij, grotendeels in de bodem van de IJssel.
Het wrak is ontdekt tijdens een ver­kenning van de bodem tussen Zwolle en Kampen met sonarapparatuur. Dat onderzoek was nodig in verband met het Ruimte voor de Rivier-plan de IJssel te verdiepen. Dat het wrak nooit eerder is aange­troffen, komt volgens Brouwers om­dat er waarschijnlijk nooit eerder zo naar de bodem is gekeken en omdat de apparatuur steeds beter wordt.
„Nadat de sonarapparatuur de eer­ste, veelbelovende contouren zicht­baar maakten, zijn onderwaterarcheologen afgedaald. Ze hebben het schip aangeraakt en kwamen te­rug met enthousiaste verhalen." De volgende stap is dat er uitge­breid en ook kostbaar onderzoek wordt gedaan naar het wrak. „We willen eerst weten of het een kogge is", zegt Hans Brouwer. „De vraag is vervolgens: wat moeten en kun­nen we ermee doen." Benno van Tilburg stelt die vraag ook. „Lichten doen we niet zo heel veel. Het vraagt een gigantische in­vestering in mankracht en geld. En bovendien moet je dan waarschijn­lijk allerlei maatregelen nemen om het schip te conserveren. Wij heb­ben hier een bak water van 13 bij 3 meter, waarin een Romeins schip ligt. Voor een kogge is een veel gro­ter bassin nodig en dat is er niet in Nederland. Maar als het echt een gave kogge is, moet dat er mis­schien gewoon komen."


Woensdag 13 juli 2011, de Stentor ©2011 Wegener Nieuwsmedia

Kampen volgt vol spanning kogge-vondst

KAMPEN - Razend nieuwsgierig en ook vol spanning wachten de Kam­per burgemeester en wethouders de ontwikkelingen rond de vondst van een mogelijke kogge in de IJsselbodem bij Kampen af De bal ligt echter bij de ontdekker: Rijks­waterstaat. Dat wordt door de Kamper bestuurders desgevraagd meermalen benadrukt, omdat ook alle kosten voor het eventueel lich­ten of goed bewaren van de bo­demschat voor Rijkswaterstaat zijn.
Eén dezer dagen wil Kampen wel de stand van zaken navragen bij de vinder

Zaterdag 30 juli 2011, de Stentor ©2011 Wegener Nieuwsmedia

Koggeduik zorgt voor dilemma

Een prachtdag in het vak: voor Wouter Waldus, duiker en onderwaterarcheoloog was het een absoluut hoogtepunt, de vondst van een kogge uit de 14e of 15e eeuw in de IJsselbodem bij Kampen. Bedekt door zand van eeuwen en waarschijnlijk nog behoorlijk intact. Maar wat nu? Opgraven? Laten liggen? Dat is waarachtig zo simpel niet.
door Jelle Boonstra

waar het wrak ligt van de mogelijke kogge? (mogelijk ja, want in deze fase passen nog wat mitsen en maren) Daar laten Wouter Waldus en Seger van den Brenk zich niet uit - ze willen slechts praten als de precieze plek niet wordt onthuld. Anders gaan amateurduikers met een snorkel misschien op zoek naar dit bijzondere schip in de IJssel. Dat moet ongerept blijven, tot er nader onderzoek van kan komen. Waldus werkt bij ADC ArcheoProjecten (een bedrijf in Amersfoort voor oudheidkundig onderzoek, met een speciale tak voor ónder de waterspiegel) en Seger (van Periplus Archeomare in Amsterdam) doet de analyse van alle datagegevens. In de acht jaar dat Waldus duikt, is er al van alles gevonden, maar doorgaans had het nauwelijks historische waarde. Fietsen, autobanden, een recht opstaand olievat. Ook al eens een auto, met twee mensen die al jaren vermist waren. Een kogge is dan als de Vallei der Koningen voor een Egyptoloog. Waarschijnlijk ook nog eens mét lading, een historische bron van jewelste om te laten spreken, eentje die vast veel vragen kan beantwoorden.

Waldus dook dit voorjaar in de IJssel en Seger stuurde de boot zo precies mogelijk naar plekken die bij sonaronderzoek werden ontdekt. In de IJssel doen ze het werk in opdracht van Rijkswaterstaat. Voor het project 'Ruimte voor de rivieren' moet de IJssel tussen Hattem en het Ketelmeer twee tot drie meter worden uitgebaggerd om bij hoogwater meer water te kunnen verstouwen. Volgens Europese wetgeving (vastgelegd in het Verdrag van Malta) moet er archeologisch onderzoek worden gedaan als een 'bodemverstoring' dreigt, zowel op het land als onder water. Specialistische kost, van alle 100 opdrachten zijn er 99 op land, en maar één onder de waterspiegel, zeggen de beide experts. In 2009 liet Rijkswaterstaat de bodem al scannen met geofysische apparatuur. Dat leidde tot een stapel aan gegevens, die Seger heeft geanalyseerd. Het resultaat was een lijst met 206 bodemobjecten, die waarschijnlijk 'niet natuurlijk' waren. Veel van die zaken konden achter het bureau al worden afgevoerd: fietsen, banden, gezonken stalen vletjes of polyester bootjes. Het is trouwens belangrijke 'baggerinformatie'. Als een bedrijf straks met het uitdiepen begint, kan de apparatuur behoorlijk worden beschadigd als ze zo'n ton of autowrak raken.
van de 206 plekken bleven er 20 over waar gedoken zou moeten worden. Wouter: „Op één beeld zagen we de contouren van een schip, acht bij twintig meter. Iedereen zei meteen: dit wordt hem." De afmetingen immers van de koggeschepen, die IJsselsteden als Kampen en Zwolle welvaart brachten, maar waarvan geen enkel Kamper exemplaar de tand des tijd heeft doorstaan. Zou dit er dan eentje zijn die zo te zien ook nog tamelijk goed bewaard is? „Ik dacht: dit zal toch niet waar zijn?"

Na maandenlange analyses begon het duiken in april. „En nee, we zijn niet onmiddellijk naar de plek van het schip gevaren. Alles is keurig en methodisch afgewerkt." Bij de eerste duik bij Hattem stuitten ze op een klein werkscheepje in de bodem naast een rivierkrib. Niet echt heel bijzonder, maar toch mooi voor een eerste duik. Veelbelovende objecten verderop bleken maar weinig soeps te zijn, een stapel stenen - waarschijnlijk een ooit verloren vracht. En een vreemde vorm op de bodem bleek een stuk oeroud veen dat boven het zand uitstak. Pas op 12 april, precies dertien maanden en één dag na de sonar-meting kwam het bootje boven de plek van de kogge. Wouter daalde in een kooi af naar de bodem, op 4,5 meter diepte. „Die kooi is een belangrijk hulpmiddel, mijn helm weegt 13 kilo en de zuurstofflessen zijn ook niet bepaald licht." In de IJssel is het zicht hooguit een halve meter tot een meter. „Boven het zand stak een hout uit - een bijzonder moment; je komt als eerste in aanraking met iets dat eeuwen verborgen is gebleven." Hij voelde aan het hout: overnaads geplaatste platen, een wezenskenmerk van de kogge. En stootte zich tegen wat de voorplecht moet zijn geweest - zodat hij uit proefondervinding kon vaststellen dat 'het hout nog keihard is'. Ook het ijzerwerk was opvallend goed: geen bonk roest in elk geval. Seger zegt: „Het wrak is na het zinken waarschijnlijk snel in een kleibed weggezakt en klei heeft goede conserverende eigenschappen". Wouter: „Het schip is zo goed als rechtstandig gezonken en waarschijnlijk tamelijk snel door zand bedolven, een mooi toeval. Zoetwater is bovendien vriendelijker voor wrakken dan zout."

Rechtstandig zinken, dat maakt het archeologisch meteen interessant. „Het is aannemelijk dat de lading er dan nog zit en misschien een deel van de inventaris. Als de bemanning is verrast zullen er misschien nog mensen onderdeks hebben gezeten. Met hun borden, munten of wapens." Met één duikronde kan niet worden geconcludeerd, of deze kogge net uitvoer of binnenkwam. Was het een Kamper kogge, of eentje uit Denemarken of Duitsland of uit België? „Kijk, dé kogge op zich bestaat niet, er is een concept van een koggeachtig schip, groot en breed, bedoeld om vracht te vervoeren, maar er zijn veel varianten. In Bremen is er eentje bewaard gebleven, in België. Hoe ook, het object is uniek genoeg voor verder onderzoek." Toch ligt dat niet automatisch voor de hand. In hetzelfde Verdrag van Malta staat, dat historische vondsten zoveel mogelijk ongerept moeten blijven om ze beschikbaar te houden voor toekomstig wetenschappelijk onderzoek. „Daar valt wel wat voor te zeggen, je kunt niet alles opduiken en conserveren." Slechts als de omgeving 'onherstelbaar wordt aangetast' ligt dat anders. Dan moet worden gekeken of de vondst bewaard kan blijven. Bij uitbaggeren van de IJssel zijn er twee mogelijkheden: het schip laten liggen en er omheen baggeren. Of alles wel uitdiepen, inclusief de kogge-plek - maar dan moet er dus wat gebeuren. De vraag is nog even of dat hele baggeren wel doorgaat: de staatssecretaris moet er nog over beslissen. En daarna moet bekeken worden of er geld voor het opdiepen gevonden kan worden. In de baggermiljoenen is er op zich wel ruimte voor. Maar als het baggerwerk er niet van komt, is er zo een-twee-drie geen cultuurpotje om de kogge alsnog de wal op te hijsen.

Dat zou jammer zijn. Wouter: „De kogge spreekt heel erg tot de verbeelding, de hele Hanzetijd zit er in verscholen. De Hanze is een goed verhaal, van ondernemerschap, van echte handel en géén uitbuiting, zoals later bij de VOC." Wouter neemt de gelegenheid meteen te baat om amateurduikers te ontmoedigen: de kogge heeft vrijwel zeker een gewone lading aan boord gehad. Geen zilver in elk geval, geen roofgoed uit de Oost. Maïs wellicht, of laken voor pakken, of berenhuiden. Met vervolgonderzoek moet de staat van het schip in kaart worden gebracht. Dat stond in juli op de agenda, maar het is vertraagd - nu de Kamer twijfels heeft. Via Dendro-datering is de leeftijd van hout vast te stellen en daarmee het bouwjaar van de Kogge (hout voor zo'n schip lag nooit lang op de werf voordat de bouw begon). De zinkdatum is moeilijker, denken ze. „Kogges zonken soms snel na de bouw maar bleven ook tot soms wel dertig jaar in de vaart. Hopelijk zijn er munten aan boord. De munt van de laatste datum noemen we de 'sluitmunt' - die het jaar zo dicht mogelijk benadert." In dat onderzoek wordt ook het 'behoudsperspectief bekeken. Is het schip nog heel, of ligt het in de bodem toch aan stukken? Kan het in één stuk geborgen worden of moet het plank voor plank?

Als je het schip boven water haalt, zijn de consequenties meteen groot. „Het is een enorm ding." En dan zijn er twee mogelijkheden: voor altijd nathouden in een nat depot, of conserveren met kunsthars (PEG). Seger: „Van hout dat altijd onder water heeft gelegen, blijft aan wal echt niets over. We haalden op het IJsselmeer een grote wortel boven van een boom, zeker drieduizend jaar oud, maar nog perfect. Maar na drie weken was de stam was verschrompeld tot een heel klein dingetje." Dat lot is ook de kogge beschoren, als die niet onmiddellijk in een bad wordt gedompeld, waarbij de cellulose-cellen in het hout door een soort kunsthars worden gevuld. „Dat kan vrij eenvoudig, het is bepaald geen 'rocket science' meer." En al werkte Wouter jarenlang voor het Nederlands Instituut voor Scheepsarcheologie in Lelystad, hij kan de kosten op dit moment nog niet inschatten. „We weten pas meer als we de staat van het hout hebben kunnen onder zoeken."
Wordt vervolgd. Hopen ze.
Comments